Buiten regent het al drie dagen achter elkaar en jij zwemt gewoon je baantjes. Dat is precies de reden waarom steeds meer mensen hun zwembad niet in de tuin, maar in huis leggen. Je bent niet langer afhankelijk van het weer en je zwembad wordt onderdeel van je woning in plaats van iets waar je alleen in de zomer naar omkijkt.
Alleen: een zwembad binnen is meer dan een bak water onder een dak. De ruimte eromheen bepaalt of je er jarenlang van geniet of dat je na twee winters tegen condens tegen de ramen aankijkt. Daarom zetten we hieronder alles op een rij wat er bij komt kijken.
In dit artikel lees je:
- hoeveel ruimte een binnenzwembad echt nodig heeft
- waarom vocht en ventilatie het belangrijkste onderdeel zijn
- wat verwarming en isolatie met je energieverbruik doen
- hoe de bouw verloopt en hoelang dat duurt
- welke kosten je ongeveer kunt verwachten
- welke regels en vergunningen erbij komen kijken
Waarom mensen kiezen voor een zwembad binnen
Een buitenzwembad gebruik je in Nederland realistisch gezien van eind april tot september, en dan nog vooral als het meezit met het weer. Een binnenzwembad gebruik je het hele jaar. Dat klinkt logisch, maar het verschil in de praktijk is groter dan je denkt: mensen met een binnenbad zwemmen vaak een paar keer per week, terwijl een buitenbad in oktober al onder het winterkleed ligt.
Daar komt bij dat het binnen rustiger is. Geen bladeren in het water, geen buren die meekijken, geen tuinmeubels die je eerst opzij moet schuiven. Veel mensen combineren het bad met een sauna of een wellnesshoek, waardoor het echt een plek in huis wordt waar je naartoe gaat om even weg te zijn van je scherm. En omdat zwemmen je gewrichten nauwelijks belast, is het voor veel mensen ook de makkelijkste manier om in beweging te blijven.
Het eerlijke verhaal hoort er ook bij. Je hebt ruimte nodig, de investering ligt hoger dan bij een tuinzwembad en het klimaat in de ruimte moet kloppen. Wie dat laatste onderschat, krijgt er later spijt van.
Hoeveel ruimte heb je nodig
De maat van het bad
Binnen zie je vaak baden tussen 3 x 6 en 4 x 8 meter, met een diepte van ongeveer 1,35 tot 1,50 meter. Heb je minder ruimte, dan kan een compacter bad van bijvoorbeeld 2,5 x 5 meter prima werken. Met een tegenstroominstallatie zwem je daarin alsnog tegen de stroom in, zodat je niet elke twee slagen hoeft te keren.
Belangrijker dan de maat van het bad is de ruimte eromheen. Reken op ongeveer 1 tot 1,5 meter loopruimte aan alle kanten. Dat is niet alleen prettig, het is ook nodig om veilig langs het bad te kunnen lopen als de vloer nat is.
Hoogte, licht en techniek
Een plafondhoogte van minimaal ongeveer 2,6 meter is een goed uitgangspunt, en hoger voelt al snel een stuk aangenamer. Houd er rekening mee dat de luchtkanalen van de klimaatinstallatie ergens weg moeten, meestal boven een verlaagd plafond.
Veel glas is prachtig, maar glas is ook een koud vlak. Juist daar slaat vocht neer als de installatie de lucht er niet langs blaast. Neem dat mee in het ontwerp, niet achteraf. Verder heb je een aparte techniekruimte nodig van ongeveer vier tot zes vierkante meter, het liefst dicht bij het bad zodat de leidingen kort blijven.
Vocht en ventilatie zijn het belangrijkste onderdeel
Uit een zwembad verdampt continu water, ook als er niemand in zwemt. Al dat vocht moet ergens naartoe. Doe je daar niets mee, dan trekt het in wanden, plafonds en kozijnen, met condens, schimmel en op termijn houtrot als resultaat. Dit is het onderdeel waarop je echt niet moet bezuinigen.
Als richtlijn houd je de luchtvochtigheid rond de 60 procent aan, grofweg tussen 50 en 65 procent. Vlak na het zwemmen mag dat kort oplopen, zolang de installatie het binnen een paar uur weer terugbrengt. De watertemperatuur ligt meestal tussen 28 en 30 graden en de lucht houd je 1 tot 2 graden warmer dan het water. Is de lucht kouder, dan verdampt er juist meer en werkt je installatie harder dan nodig.
In de praktijk regel je dat met een luchtbehandelingskast met ontvochtiging, bij voorkeur met warmteterugwinning. Net zo belangrijk is de bouwkundige kant: een dampremmende laag aan de binnenzijde van wanden en plafond voorkomt dat vocht de constructie in kruipt. Dat zie je niet, maar het is precies wat het verschil maakt tussen een ruimte die twintig jaar meegaat en een ruimte waar je na vijf jaar aan moet gaan sleutelen.
Verwarming, isolatie en je energierekening
De grootste energiepost bij een binnenzwembad is niet het opwarmen van het water zelf, maar het compenseren van verdamping en het op temperatuur houden van de ruimte. Daar valt dus ook de meeste winst te halen.
Een warmtepomp is inmiddels de standaard voor het verwarmen van het water. Isoleer daarnaast het bassin en de ruimte goed, en investeer in een afdekking of rolluik. Zodra het bad afgedekt is, valt de verdamping grotendeels stil, en dat scheelt elke nacht. Kies je installatie met warmteterugwinning, dan gebruik je de warmte uit de vochtige lucht opnieuw in plaats van hem naar buiten te blazen. Zonnepanelen maken het plaatje compleet.
Nog een kleine ingreep met effect: elke graad extra watertemperatuur kost energie. Zwem je prima op 28 graden, houd het dan daarop in plaats van op 30.
Van ontwerp naar je eerste baantje
Wil je een binnenzwembad laten bouwen, dan begint het traject meestal met een ontwerpgesprek waarin de ruimte, de maatvoering van het bad en het klimaat in één keer samen worden bekeken. Dat is niet voor niets: de plek van de techniekruimte, de route van de luchtkanalen en de opbouw van de vloer moeten al vastliggen voordat de eerste schep de grond in gaat.
Daarna volgt het bouwkundige werk: de constructie, de fundering en de ruimte zelf. Het bassin wordt vervolgens opgebouwd, waarbij polypropyleen binnen vaak praktisch is omdat het in delen naar binnen gaat en ter plaatse wordt gelast. Een kant en klare polyester kuip is binnen lastiger, simpelweg omdat je hem er in één stuk in moet krijgen. Beton kan altijd, maar kost meer tijd en geld.
Tot slot komen het leidingwerk, de techniek, de randafwerking en het inregelen van de installatie. Het bad zelf staat er relatief snel, meestal binnen enkele weken. Het bouwkundige deel bepaalt de doorlooptijd en die loopt afhankelijk van je plannen van weken tot maanden.
Het beste advies dat je hierbij kunt krijgen: haal de zwembadspecialist er vroeg bij, het liefst voordat de bouwtekening definitief is. Achteraf een luchtkanaal ergens doorheen wurmen is duur en zelden mooi.
Water, techniek en veiligheid
Voor helder water zorgen een circulatiepomp, een filter en een vorm van desinfectie. Een pomp met frequentieregeling draait rustiger en verbruikt minder dan een pomp die alleen aan of uit kan. Voor de desinfectie kun je kiezen tussen klassiek chloor met pH-regeling of een zoutelektrolyse, eventueel aangevuld met uv of actief zuurstof. Wat je ook kiest, meet je waarden en houd de pH rond de 7,2, want zonder de juiste pH werkt geen enkel desinfectiemiddel goed.
Vul je het bad vanaf de drinkwaterleiding, dan is een terugstroombeveiliging verplicht. Zwembadwater mag namelijk nooit terug kunnen stromen in de waterleiding. De eisen daarvoor staan in NEN 1006, de norm voor leidingwaterinstallaties. Een installateur regelt dit standaard, maar het is goed om te weten waarom die extra voorziening er zit.
Denk ook aan veiligheid, zeker met jonge kinderen of huisdieren in huis. Een afdekking die het bad daadwerkelijk afsluit, een deur die op slot kan en eventueel een alarm zijn hier de logische maatregelen.
Wat kost een binnenzwembad
Een eerlijk antwoord: dat hangt vooral af van de ruimte, niet van het bad. Voor het bassin zelf lopen de prijzen van ongeveer 9.000 euro voor een compact model tot 15.000 tot 25.000 euro of meer voor een maatwerk bad in een groter formaat. Dat is de kuip, exclusief alles eromheen.
Daar komen het grondwerk en de constructie bij, de techniek met pomp, filter en leidingwerk, de verwarming en de randafwerking. De luchtbehandeling is bij een binnenzwembad een aparte en flinke post, die afhankelijk van de grootte van de ruimte al snel enkele duizenden tot ruim tien duizend euro beslaat. De grootste variabele blijft de ruimte zelf: bouw je aan, verbouw je een bestaande ruimte of neem je het mee in nieuwbouw.
Vraag daarom altijd een offerte waarin alle posten staan, inclusief klimaatinstallatie en afwerking. Reken daarnaast op jaarlijkse kosten voor energie, water, onderhoudsmiddelen en het jaarlijks nakijken van de installaties.
Vergunning en regels
Leg je het bad in een bestaande ruimte, dan gaat het vooral om de constructie. Water is zwaar en die belasting moet de vloer of de fundering aankunnen. Een constructeur rekent dat door. Bouw je aan of verbouw je flink, dan komt er meer bij kijken.
De regels verschillen per gemeente en per locatie, dus doe altijd eerst de vergunningcheck van het Omgevingsloket en kijk in het omgevingsplan van je gemeente wat er op jouw perceel mag. Woon je in een monument of in een beschermd dorps- of stadsgezicht, dan gelden er strengere eisen. Stem tot slot af waar je het spoelwater van het filter op mag lozen, want ook dat is per gemeente geregeld.
Waar je op let per onderdeel
Als je alles naast elkaar zet, komt het neer op een handvol onderdelen die samen bepalen of je binnenzwembad goed werkt.
| Onderdeel | Waar je op let |
|---|---|
| Ruimte en hoogte | Ongeveer 1 tot 1,5 meter loopruimte rondom het bad en een plafondhoogte vanaf circa 2,6 meter, met ruimte voor luchtkanalen. |
| Luchtbehandeling | Een installatie die de luchtvochtigheid rond de 60 procent houdt en droge, warme lucht langs koude vlakken zoals glas blaast. |
| Isolatie en dampremming | Een dampremmende laag aan de binnenzijde van wanden en plafond, zodat vocht niet in de constructie trekt. |
| Verwarming | Water tussen 28 en 30 graden en lucht 1 tot 2 graden warmer. Een warmtepomp in combinatie met een afdekking drukt het verbruik. |
| Het bassin | Polypropyleen op maat is binnen praktisch, omdat het ter plaatse wordt opgebouwd. Beton kan ook, maar kost meer tijd en geld. |
| Techniekruimte | Reken op vier tot zes vierkante meter, geluidsarm afgewerkt en zo dicht mogelijk bij het bad. |
| Onderhoud | Wekelijks de waterwaarden meten en het filter spoelen, jaarlijks onderhoud aan warmtepomp en luchtbehandeling. |
Onderhoud in de praktijk
Het onderhoud valt in de praktijk mee, zolang je het bijhoudt. Meet wekelijks de pH en de waarde van je desinfectiemiddel, spoel het filter volgens het advies van je installateur en laat een zwembadrobot het zware werk op de bodem doen. Omdat er binnen geen blad of zand in het water waait, blijft je bad merkbaar schoner dan een buitenbad.
Wat er bij een binnenzwembad extra bij komt, is het klimaat. Houd de luchtvochtigheid in de gaten met een hygrometer en laat de luchtbehandeling en de warmtepomp jaarlijks nakijken. Loopt de luchtvochtigheid structureel op of zie je condens op de ramen, dan is dat een signaal dat er iets niet klopt in de instelling of de installatie. Wacht daar niet mee.
Zo begin je
Begin niet bij het bad, maar bij de ruimte. Hoe wil je hem gebruiken, hoeveel plek heb je, en waar kunnen de techniek en de luchtbehandeling terecht? Als dat klopt, valt de rest op zijn plek.
Zet daarna op papier hoe vaak je verwacht te zwemmen, of je het bad wilt combineren met een sauna en welk budget je in gedachten hebt. Met die informatie kan een specialist je gericht adviseren over de maat, het materiaal en de installatie. En dan is het alleen nog wachten tot je voor het eerst het water in stapt, terwijl het buiten stormt.
